Verzoekschriften

Iedereen heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de OCMW- raad in te dienen aan de hand van het formulier verzoekschrift (application/pdf, 30.9 kB, info). Een verzoek is een duidelijke vraag om iets te doen of te laten.

Verzoekschriften die niet tot de bevoegdheid van het OCMW behoren, zijn onontvankelijk.

Een schriftelijke vraag wordt niet als verzoekschrift beschouwd als:
1° de vraag onredelijk is of te vaag geformuleerd;
2° het loutere mening is en geen concreet verzoek;
3° als de vraag anoniem, zonder vermelding van naam en voornaam en adres, werd ingediend;
4° het taalgebruik beledigend is.

De OCMW-voorzitter doet deze beoordeling en kan de indiener om een nieuw geformuleerd verzoekschrift vragen zodat het wel geagendeerd kan worden op de OCMW-raad.

De OCMW-voorzitter plaatst het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende OCMW-raad indien het minstens veertien dagen voor de vergadering werd ontvangen. Wordt het later ingediend dan komt het op de agenda van de eerstvolgende vergadering.

De OCMW-raad kan het ingediende verzoekschrift naar het Vast Bureau, het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst of de OCMW-voorzitter verwijzen om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken of om het verzoekschrift te behandelen.

De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door de OCMW-raad of door het orgaan waarnaar het werd verwezen. De verzoeker of de eerste ondertekenaar heeft  het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

De OCMW-raad of het orgaan dat aangeduid werd, verstrekt binnen drie maanden na de indiening een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of de eerste ondertekenaar. Dit antwoord wordt ook overgemaakt aan de OCMW-voorzitter, die dit ter kennis brengt van de OCMW-raad.

De artikels 210 tot een met 213 van het OCMW-decreet  beschrijven uitvoerig de concrete procedure.